|
13 April Dagje Vezelay |
|
|
Geschreven door Adri
|
|
Om 06.30 uur schrokken Paul en ik wakker door het gelui van de enorme klokken in de kerk tegenover onze Gite. Het hele huisje stond te trillen. Goeie moggel... Na een paar bakken koffie gelijk maar naar de paarden gaan kijken. Uiteraard regende het weer of nog. Waldo en Bombita liepen zij aan zij te grazen. Tijdens dit wandelingetje kwamen we langs een oud kerkhofje. Ik kon mijn nieuwsgierigheid weer eens niet bedwingen. We liepen langs de, soms wel 300 jaar oude graven, waar toch nog verse bloemen op stonden. 

We besloten naar Vezelay te rijden, om de pelgrimsmis in de Basiliek bij te wonen. Voor de eerste mis om 07.00 uur waren we te laat, maar de tweede konden we nog net halen. We liepen de berg weer op en zagen voor de kerkdeur een bedelaar zitten. Toen we de basiliek betraden hoorden we prachtige koorzang uit luidsprekers komen. We gingen er van uit dat dit een cd-tje was. Het bleek echter al gauw dat dit life gezongen werd door een stuk of 10 nonnen voor in de kerk. Fotograveren was eigenlijk verboden in de duistere Basiliek. De mis was al begonnen en we zagen veel Pelgrims zitten op de stoelen. Wat een prachtige historische kerk, met een geweldige akoestiek. Om dit te kunnen vastleggen maakte ik stiekem een video-opname met mijn fotocamera. De beelden zijn uiteraard van zeer slechte kwaliteit, maar het gaat om de zang. Aan het eind van de mis liepen alle fraters en nonnen op ons af, pakten onze handen en wensten ons een gezegende pelgrimstocht. Zo kreeg ik 5 maal de pelgrimszegen. Een zeer oude frater(die achteraan op een stoel zit op de foto boven) met een lange witte baard, vroeg hierbij, waar ik vandaan kwam. Toen ik antwoordde Pays-Bas, zegende hij mij nogmaals. Ik moest knielen, waarna hij een Latijnse spreuk uitsprak. Hierna stelden de pelgrims zich op in een lange rij teneinde deel te nemen aan het zg. avondmaal. Wij liepen langs een frater met een schaal hosties en een non met een zilveren beker gevuld met wijn. De frater legde de hostie in mijn hand en trok met zijn duim een kruisje op mijn voorhoofd. De non gaf mij de beker om met een slok de hostie weg te spoelen. Ze prevelde een spreuk, die ik niet kon verstaan. Het was wel een lekkere Bourgogne.  Paul maakte deze bijzondere foto tijdens het uitdelen van de hosties. Mijn hoofd lijkt in nevelen gehuld. Als je goed kijkt zie je in de rook een gelaat van iemand met een cape om het hoofd. Maria..? Laten we het maar houden op een foutje in de geheugenkaart. De sfeer die daar hing was zo devoot en plechtig, dat het mij ontroerde. De fluisterende stemmen, de kaarsen, de prachtige zang.. alles straalde liefde en eerbied uit. Brrr..kippenvel kreeg ik er van. Ik had mijn vrouw en kinderen beloofd een kaarsje voor hen te branden. Via een trap daalden we af naar een ruimte, die verlicht werd door een groot aantal kaarsen die bezoekers hadden aangestoken en neergezet voor de cripte met de relikwieen van Sainte Marie Magdelaine. Sommige pelgrims gingen daar in gebed. De kaarsen kostten 2 euro per stuk en praten was verboden.( Het verhaal wil, dat een of andere ridder tijdens een kruistocht naar Jeruzalem de botten van Maria, de moeder van Jezus, heeft gevonden en mee heeft genomen naar Frankrijk. Deze liggen nu in de basiliek van Vezelay) Bij de uitgang stond een non met een stempel om de Pelgrimspaspoorten af te stempelen. Zo kreeg ik de eerste stempel in mijn, nog maagdelijke, paspoort. Buiten gekomen, bleek het nog steeds te regenen. We kochten in een piepkleine supermarkt wat beleg, brood en melk dat we onder de achterklep van de auto op aten. We reden naar wat dorpjes in de omgeving. Prachtige plaatsen met allemaal een kneiter van een kerk. De gestaag vallende regenbuien bedierven alles wel een beetje. Teruggekomen in Foissy de kroeg maar ingedoken. Die zat aardig vol met autochtonen. Isabelle de barjuffrouw begon direct Engels te praten tegen ons. Er kwam een sjofele man binnen met twee lege wijnflessen, die hij liet vullen uit het vat. Hij ging weer weg en wij zagen dat hij de hele weg nodig had. Tot onze verbazing ging hij een statig oud huis binnen, waar in de tuin de Franse vlag hing en waar MAIRIE op stond(stadhuis) Ik vroeg aan Isabel of die man soms de burgemeester was. Hierop barste zij in lachen uit. Het bleek een zwerver te zijn, die een kamer in het stadhuis had gekregen, omdat ze niet wisten wat ze met hem aanmoesten. We aten door Isabelle gemaakte pizza's die we weg spoelden met rum uit Martinique.  's Avonds nog met Nicole overleg gevoerd over de toestand in de Morvan. Zij belde wat kennissen uit de streek en hoorde van hen dat de beekjes op de route, waar je normaal door heen moest waden, nu kolkende stromen waren en dus was die route voor Waldo en mij een onmogelijke optie geworden. Met deze wetenschap zijn we naar bed gegaan. Paul sliep volgens mij al voordat hij zijn slaapzak raakte en snurkte er vervolgens lekker op los. Ikzelf lag nog lang te piekeren. Was ik te vroeg in het jaar gegaan? Vorig jaar was het om deze tijd 30 graden, vertelde Nicole...daar kan je geen peil op trekken dus..we zien het morgen wel. |
|
12 April Gouda - Foissy-lés-Vézelay |
|
|
Geschreven door Adri
|
|
Eindelijk is het dan zover. Na een toch wel emotioneel afscheid, omstreeks 07.00 uur naar stal gegaan en Waldo op de trailer gezet. Nadat mijn bijrijder Paul was gearriveerd, koers gezet naar Vezelay in de Morvan. De wegen waren verlaten en we schoten flink op. Omstreeks 10.00 uur reden we Frankrijk binnen. Zoals bekend, waren de grensposten onbemand en ik begon mij af te vragen, waarom ik Waldo moest laten keuren voor export. 120 euro neergeteld en niemand die iets controleerd. Zelfs de veearts die Waldo moest keuren heeft hem met geen vinger aangeraakt. Hij liep een keertje om hem heen en begon direct de papieren in te vullen. Hij vroeg naar het paardenpaspoort en ik verwachtte dat hij de, bij Waldo ingebrachte, chip zou vergelijken met dat nummer in zijn paspoort. Zelfs dat deed hij niet. Toen ik voorzichtig informeerde, wanneer hij het paard ging keuren, antwoordde hij "ach, hij ziet er gezond uit " Geldklopperij dus !! Een stukje over de grens Waldo laten drinken. Hij stond rustig te eten, kennelijk in de verwachting, dat we zo wel ergens zouden arriveren. Hij moest eens weten..  Nu we Vezelay naderden, begon het landschap ruiger te worden. De glooiende akkers, veranderden in flinke beboste bergen, waarvan de toppen in mist waren gehuld. We zagen prachtige kastelen tussen de zwarte bossen. Na een, toch wel slingerende binnenweg, veel stijgen en dalen, zagen we uit de verte de Basiliek Sainte Madelaine van Vezelay boven op een heuvel liggen. Prachtig om te zien. We reden er echter nog niet naar toe. Eerst moesten we zorgen dat Waldo zijn benen kon gaan strekken en zetten koers naar het op 3 km afstand van Vezelay liggende Foissy-les-Vezelay, alwaar ik een plaats had gereserveerd in een Gite d'etape equestre du Vezelien. (herberg voor ruiter en paard) Daar aangekomen bleek het antieke spul beheerd te worden door een klein hartelijk vrouwtje Nicole David, die gelukkig ook Engels sprak.   Waldo kreeg een bergweide voor hem alleen, afgezet met hagen van braamstruiken, inplaats van hekken of lint. Alles was één baggertroep. Het had daar al een week geregend, vertelde Nicole. De nachten waren ijzig koud en het gras wilde nog niet erg groeien. In de wei aangekomen bekeek Waldo het zooitje nog eens goed, op zijn bekende manier. Doodstil staand, turend in de verte, een paar keer briesen en..rechtsomkeert !! Hier had hij dus helemaal geen zin in, een bergweide...wat dachten ze wel ? Hem niet gezien. Hij vloog terug het nog openstaande hek door, waar ik hem nog net kon grijpen. Dit ging het niet worden zo. Ik vroeg Nicole om er een paard van haar bij te zetten en dat vond ze een goed plan, maar ik moest dan wel even met haar mee, om dat paard te helpen vangen in een hoger op de berg gelegen weide. Goeie morgen..wat een klim door die vette natte klei in de stromende regen. We gingen uiteindelijk een hek door, gemaakt van stokken en draad. Nicole verdween al glibberend in een woud van braamstruiken. Ik heb, galant als ik ben..gewacht bij het hek, om dat voor haar open te houden, als ze met een paard mocht terugkomen. En ja hoor, na een tijdje kwam ze aan klauteren met wat eens een schimmel was geweest. Het dier zag er niet uit, van top tot teen onder de gele klei. Waldo was wel content met zijn nieuwe vriendin en ze gingen gezamelijk aan de kuier. Kennelijk vond Waldo zichzelf te netjes want binnen een kwartier, was hij na wat rolpartijen net zo smerig als zij. Het bleef maar regenen en niet zo zachies ook. Zulke langdurige buien kan ik me niet herinneren in Nederland. Kleine beekjes waren nu kolkende stromen geworden. Ik begon me toch wel zorgen te maken wat betreft mijn start op maandag. Alle bagage, waaronder zadel, tassen en tuigage op onze kamer gelegd. Een primitief kamertje met boven een slaapkamer met stapelbedden. Voor een nachtje wel uit te houden, maar wel verdomde koud. De muren waren een halve meter dik en het kleine electrische kacheltje kon het niet bolwerken om alles warm te stoken. We gingen eten in een Brasserie in Vezelay, waar we ook nog even naar boven zijn geklauterd, om de Basiliek van dichtbij te bekijken. Goed voor de kuiten. Een smal weggetje met aan weerszijden antieke huisjes, winkeltjes en eethuisjes. In het wegdek waren koperen Jacobsschelpen aangebracht, om het begin van de Pelgrimsroute aan te geven. Na thuiskomst Waldo nog even bezocht. Alles was peis en vree op de bergweide. Daarna om de tafel gezeten met Nicole en dochter om mijn route van maandag door te nemen. Allerlei kaarten van de Morvan lagen verspreid over de tafel. Hoofdschuddend raadde zij mij af om maandag te vertrekken. Ze had gehoord van Morvanbewoners dat hele stukken van paden door het water waren weggespoeld. Het zou te gevaarlijk zijn om daar als "leek" nu door heen te gaan trekken. Een leuk begin had ik mij anders voorgesteld. We waren moe en na een paar biertjes in het dorpscafe, dat overigens op 20 meter van onze Gite lag, de slaapzakken ingerold. |
|
14 April Foissy-lés-Vézelay - Chateau Chinon |
|
|
Geschreven door Adri
|
|
Vanmorgen, maandag, weer vroeg opgestaan (door de kerkklok) en Waldo, tussen de buien door, uit het land gehaald. Hij zag er niet uit...Op de Gite hem schoongespoten met een tuinslang. Hij is dat gewend en liet het gelaten toe. Lieverlee kreeg hij zijn eigen kleur weer terug. Toevallig kwam de natuurlijke bekapper voor de paarden van Nicole. Hij keek ook even naar de hoeven van Waldo en zei dat hij geweldige hoeven had. 
Toen de bekapper weg was, nog even met Nicole overlegt over de aanvang van mijn reis. Na enkele telefoontjes van haar met andere gite-eigenaren, bleek al snel dat de route door de Morvan echt onbegaanbaar was. Hele stukken pad waren weggeslagen door het stromende water en niemand wilde mij die middag ontvangen, omdat de tocht er naar toe te gevaarlijk was. Het deed me pijn om het gedeelte door de Morvan over te slaan want het gebied is wonderschoon. Op mijn verzoek nam zij toen contact op met een adres verder langs de route.  Na een belletje kreeg ze contact met een manege in Chateau Chinon die Waldo kon huisvesten voor een nacht. Huisvesting voor ons zelf moesten we zoeken in een hotelletje in de buurt. Zij reserveerde direct een kamer in Hotel Centre. Dat was dus geregeld. We werden vriendelijk uitgezwaaid door Isabelle en Nicole. Wij naar Chateau Chinon zo'n 100 km verder. De manege bleek halverwege een, toch wel hoge, berg te liggen. Het was er koud. Tussen de buien door een priemend zonnetje. Julien, eigenaar van de manege bleek een springruiter die aardig Engels sprak en ons hartelijk ontving. Hij wees naar een steile, met linten afgezette, bergweide voor Waldo. Dit zag ik niet zo zitten en vroeg hem of hij niet in een box mocht voor een nacht. Hij keek bedenkelijk, maar regelde toch, dat twee pony's van hem die wei ingingen en Waldo hun grote box voor een nachtje mocht gebruiken.   Aangekomen in ons hotel, bleek dit een rumoerig bruin cafe, met daarboven een aantal kamers. De bar zat vol met mensen van een iets ander allooi..zeg maar. De waardin was druk met het spelen van een potje tafelvoetbal. Na een tijdje merkte zij ons op en begeleidde ons naar de gereserveerde kamer. Een vies smoezelig kamertje met een twijfelaar, waar we samen in moesten... Paul keek me aan met een blik van...nee he? Ik nam de sleutel in ontvangst, we dronken een biertje in de bar en gingen de stad in. Aan de andere kant van het plein zagen we nog een hotel, Du Lion d'Or, dat er veel beter uitzag. Een kamer met twee bedden was vlug geregeld en we brachten de sleutel van Hotel Centre terug. Vooral veel Nederlands praten helpt in dit soort gevallen. Ze snappen er toch geen reet van. Ze nam de sleutel weer in ontvangst en trok haar schouders op. Pffft..daar waren we ook weer vanaf. Heerlijk gedoucht, ondergoed en sokken gewassen en gedineerd in het hotel. Paul haalde nog wat biertjes in de plaatselijke supermarkt en voldaan vielen we op bed, kijkend naar het Franse journaal en de weersverwachting. Zag er voor twee dagen goed uit maar donderdag zou het weer gaan spoken in de Morvan. Het hele scherm vol met donderwolken tot aan zondag. So what... Het noodlot slaat toe..... Voor het slapen gaan, nog even de zadeltassen herpakt. Telefoons aan de oplader gelegd. De accu uit mijn fototoestel, bleek wel erg vlug leeg en ik vermoedde dat hij versleten was door het vele gebruik. Ik deed er een nieuwe in en liep al pratend tegen Paul, met de oplader en de oude accu in de richting van een stopcontact. Omdat ik mijn aandacht had, bij datgene wat ik in mijn handen had, botste ik met mijn linker blote voet, nogal hard, tegen een uitstekende dorpel. Een pijnscheut was het gevolg. Ik liep te jodelen van de pijn. Paul vertelde, dat hij een knak had gehoord, kennelijk afkomstig van mijn kleine teen, die direct al aardig begon te kloppen en rood was. Na een tijdje zakte de pijn wel wat en ik ging slapen in de hoop, dat het de volgende dag over zou zijn. De volgende morgen stapte ik uit bed, uiteraard met het verkeerde been, en viel bijna om van de pijn. Mijn teen zag blauw en ik kon amper op die voet staan. Ik vermoedde dat de teen gebroken was. Na alles samen besproken te hebben, bleek er maar 1 optie mogelijk. Samen met Paul en Waldo weer naar huis. Waldo kon niet op de manege blijven en ik geen maand in dit hotel. Waldo weer opgehaald bij de manege, alwaar Julien lachend op ons afkwam. Hij had de vorige avond een alternatieve route met overnachtingsadressen door het laatste stuk van de Morvan voor mij gemaakt en wilde die overhandigen. Hij keek nogal beteuterd toen hij mij zag hinkepinken. Ik vertelde hem het verhaal en uitte mijn twijfel over de pelgrimszege die ik in Vezelay had mogen ontvangen. Hij keek mij wat peinzend aan en sprak de gevleugelde woorden " Gods wegen zijn onvoorspelbaar. Ik denk dat je hierdoor, voor groter kwaad bent behoedt. De Morvan is nu gevaarlijk " Het was ijzig koud en mistig op de berg en in dal was te zien, dat de bossen van de Morvan bedekt waren met een deken van dichte mist. IJspegels hingen aan de lekkende dakgoot en de neus van Waldo was wit van de aanvriezende mist. Julien nam afscheid en vertelde dat hij Waldo prachtig vond en hem wel wilde kopen. Doeiii Julien!! Via Nevers gereden naar de tolweg die ons naar Parijs bracht. Zeer druk rond Parijs en Lille. Vlak voor Antwerpen belandden we in een lange file veroorzaakt door een ongeval. Waldo begon driftig te klauwen. Het duurde hem te lang. Via een afrit, een binnendoor weg genomen die ons langs de file bracht. Omstreeks 21.30 uur waren we weer op stal. Wel een korte Pelgrimsreis...'t is niet anders. Na de genezing gaan we het gewoon weer opnieuw proberen. Jullie gaan zeker nog van ons horen ! Bij de dokter geweest. Volgens haar is de teen niet gebroken, maar zijn de gewrichtskapsels gescheurd. Genezingsduur van 3 tot 4 weken. Ingetaped en pijnstillers. Tot over uiterlijk een maand. |
|
|