| Een stukje geschiedenis |
|
| Geschreven door Adri |
|
Een stukje geschiedenis over het lopen van de pelgrimstocht naar Santiago de Compostela
(In de loop der eeuwen zijn er zoveel verhalen, legendes en beschrijvingen ontstaan, dat er eigenlijk geen touw meer aan vast te knopen is. Aan de andere kant ook weer makkelijk, omdat ik nu het verhaal kan kiezen, dat mij het meeste aanspreekt.) ----------------- Hiervoor moeten we terug naar het begin van onze jaartelling, de dag dat Jezus in Nazareth werd geboren. Jezus was de zoon van Maria en Jozef. Maria had een zus, die twee zonen had, Johannes en Jacobus.. Jezus groeide op en begon het evangelie te prediken. Hij omringde zich met een aantal volgelingen (dicipelen), waaronder zijn twee neven Johannes en Jacobus. ![]() Nadat Jezus, jaren later, werd gekruisigd door koning Herodes, begon de jacht op zijn volgelingen, die zijn woord, verder aan het verkondigen waren. Jacobus zag de bui al hangen en vluchtte in een bootje de Middelandse zee over. Hij kwam weer aan land bij het plaatsje Zaragossa, in het ook door de Romeinen bezette Spanje. De Spaanse naam van Jacobus werd “Sant Iago” Hij begon daar ook het woord van God te prediken onder de barbaren van toen. Hij stichtte geloofsgemeenschappen en trok zo door het land totdat hij niet verder kon. Die plaats noemde Jacobus “Fini Terra” (Latijn voor Einde van de wereld) Deze plaats ligt langs de Atlantische kust net boven Portugal en niet ver van het huidige Santiago de Compostela. ![]() Na een paar jaar was Jacobus het een beetje zat en verlangde terug naar zijn geboorteland. Met een aantal volgelingen voer hij dan ook terug naar Palestina, in de hoop dat Herodes inmiddels de pijp uit zou zijn. Helaas, dat was hij niet, Jacobus werd verraden, gevangen genomen en onthoofd in het jaar 44 na Christus. Zijn volgelingen namen zijn lichaam mee terug naar de streek in Spanje waar zij vandaan kwamen en begroeven zijn lichaam in een sarcofaag op een verlaten Romeinse begraafplaats. Eeuwen gaan voorbij en in het jaar 711 na Chr. vallen de Moren Spanje binnen en veroveren het land, behalve het uiterste noorden. Het graf van Jacobus was geheel vergeten. Pas in de 9e eeuw ontstond het gerucht dat Jacobus begraven lag in Noord Spanje. Een monnik droomde van de plaats, waar dat dan zou moeten zijn. Hij zag in zijn droom een fel stralende ster (Compostela), die een begraafplaats verlichtte. Hij vertelde zijn droom aan de Bisschop, die opdracht gaf, het graf te gaan zoeken. Ze vonden het, met daarin zijn beenderen. Op de plaats van het graf werd een houten kapel gebouwd. De nog steeds aanwezige Arabieren, vonden dit geen goed plan en staken de kerk in brand. Ondertussen had Karel de Grote uit de Lage Landen(waaronder ook het huidige Nederland) een groot leger op de been gebracht en trok met duizenden soldaten en ruiters vanuit onze streken via de huidige pelgrimsroutes, richting Spanje, versloeg de Arabieren en heroverde het graf van Jacobus. Er werd een grotere kerk gebouwd, die later door die, toen al, vervelende Arabieren, weer in de as werd gelegd. Nu was Karel het echt zat en na een nieuwe kruistocht, werden zij definitief uitgeschakeld en verdreven uit Spanje. ![]() Hierna werd een begin gemaakt met de bouw van de huidige kathedraal van Santiago de Compostela die pas in 1211 gereed kwam. Ondertussen waren er massale pelgrimstochten op gang gekomen. Pelgrims van allerlei pluimage strompelden vanuit hun thuislanden naar Santiago. Omdat de Kerk toen ook veelal de rechtspraak deed, werden ook misdadigers veroordeeld tot het maken van zo'n pelgrimstocht, als boetedoening of als straf. Om de Pelgrims te beschermen tegen plaatselijke onlusten en struikrovers, werd er een speciaal legeronderdeel in het leven geroepen “De Orde der Tempeliers” dat forten bouwden langs de routes. In Frankrijk ontstonden een aantal plaatsen, van waaruit de tocht kon worden gelopen. Dat waren de plaatsen Vezelay voor de pelgrims komende vanuit Nederland, Belgie, Duitsland en Denemarken. ![]() Le Puy-en-Velay als startplaats vanuit Oostenrijk en Zwitserland ![]() en Arles voor de Italianen. ![]() Vanaf circa 1100 is de stad Santiago de Compostela, na Jeruzalem en Rome, de belangrijkste Christelijke bedevaartplaats ter wereld. Pelgrims uit heel Europa trekken al eeuwen achtereen naar deze Spaanse stad. Maanden zijn zij onderweg, op de soms barre tocht. Gedreven door een innerlijke drang naar wat achter de horizon ligt..Vijf weken of zelfs drie maanden, elke dag 30 kilometer lopen. Overnachten in slaapzalen waar soms wel 50 mensen of meer liggen te snurken, om zes uur op en met de rugzak, weer in de benen. De Vierdaagse van Nijmegen is er een kleuterwandelingetje bij. Het jaar 2004 was een Heilig jaar, want de verjaardag van de heilige Jacobus viel toen op een zondag. Die dag waren 300.000 pelgrims van over de hele wereld aanwezig in Santiago. Vanuit Nederland is het een maand of drie lopen. De meeste Santiago-gangers kiezen een startpunt als Vezelay(1600 km), Le Puy-en-Velay (1300 km) of St.Jean Pied-du-Port (780 km) ![]() Door de jaren heen zijn er in de Europese landen genootschappen ontstaan, die zich bekommeren om de Pelgrims. Langs de routes, houden zij overnachtingsadressen in stand en geven Pelgrimspaspoorten uit. Opvertoon van dit paspoort heb je recht om in bepaalde herbergen te overnachten voor een klein bedrag. Ook is het de bedoeling om in ieder dorp dat je passeert, een stempel te laten zetten in je paspoort. Aangekomen in Santiago moet je dit paspoort tonen en zo bewijzen dat je de tocht echt hebt gelopen. Als bekroning op de reis krijg je dan, een soort bewijs van volbrenging, getekend door de Bisschop van Santiago; “de Compostela” geheten. Waarom deze grote belangstelling voor Santiago de Compostela? Waarom ga je dat hele eind lopen of rijden? Waarom neem je de daarmee gepaard gaande ongemakken en pijn voor lief, waarom gaan juist de wat ouderen onder ons? waarom?..waarom? Antwoorden op al die vragen zijn moeilijk te geven. Vaak zijn het combinaties van religieuze, spirituele, culturele, sportieve en avontuurlijke motieven, die je de (pelgrims)schoenen doet aantrekken….Een pelgrim zei eens…” Nederlanders lopen niet meer om religieuze redenen. Jacobus aanbidden is echt uit de tijd. Maar de spirituele redenen scoren hoog. We willen nadenken over de zin van het leven” Nou als je honderd dagen onderweg bent, heb je tijd genoeg om je geest te verrijken. Bovendien “doet” de weg iets met je; dat zegt iedereen. De prachtige natuur, maar ook de rijke cultuur onderweg, iedereen ervaart het als heel bijzonder. Het lopen kost energie, maar je schijnt het dubbel en dwars terug te krijgen ! Misschien geeft Enya de goede antwoorden....
Pilgrim, how you journey
to find out who you are..
Enya.
|
Een stukje geschiedenis










